Even doorsukkelen

Ingezonden stuk door Rob Peters.

We besluiten een tourtje maken met de auto. Funchal is een stad van 125000 inwoners. De andere 125000 wonen verspreid over de rest van het eiland in dorpjes, meest aan de Zuidkust. Funchal is een groot amphitheater, waarbij de haven het podium voorstelt. Vanuit de hoge bergen als achtergrond, stroomt zoet water de haven in. De stad viert dit jaar haar 500ste verjaardag. In de laatste 30 jaar zijn er vele veranderingen aangebracht (omdat het nu autonoom is) .Geld kwam binnenstromen vanuit de EEG om het op peil te brengen met de rest van Europa. De infrastruktuur, vooral wegen moesten worden aangepast. Tientallen kilometers tunnels, bruggen en nieuwe wegen werden aangelegd om het binnenland beter bereikbaar te maken. Watervoorziening, riolen, elektriciteit enz werden verbeterd. Ontoegankelijke oorden kwamen plotseling in de mainstream.

Boertjes die maar zelden een auto hadden gezien kregen van de ene dag op de ander een snelweg voor de deur.Hun grond werd in één klap veel meer waard. Verkopen die hap. Auto kopen; nieuw huis bouwen. Nouveau riche! En hoewel nog steeds 30% niet kan lezen of schrijven, kunnen ze wel een kruisje zetten onder het kredietkontrakt van de bank. Rijbewijs halen, wel of niet kunnen lezen, doet er niet toe. Achter het stuur en gas op de plank, glaasje wijn erbij om moed te scheppen. Gevolg: 100 –vaak dodelijke- ongelukken per week. M.a.w. tussen de oren is homo Maderensis minder snel geëvolueerd dan de z.g. progress. Tourtje met de auto maken is dus een riskante gok. Maar toch de moeite waard. Het eiland is slechts 60Km lang en 30Km breed, maar in het midden 1800m hoog. Een vergrootte uitvoering van homo Maderensis liggend in zee. Het landschap is uniek, de vegetatie ook, van tropisch aan de kust tot ijzig en rouw in de bergen. Dat heeft zijn voordelen. Die bergen vangen veel regen en vocht. Watervallen, stroompjes kletteren naar beneden. Water voor de boertjes.

Over de laatste paar honderd jaar werden kanaaltjes aangelegd (Levadas) Langs bergwanden met de hand uitgehouwen; door bergen via tunnels. Het werk om dit klaar te spelen is vergelijkbaar met de bouw van de Romeinse aquatucten. Maar temeer bewondingswaardig omdat het terrein moeilijk en de werkkracht klein was. De boertjes konden hun produkten kwijt aan de lokale bevolking en tevens aan de schepen die om Afrika voeren naar en van de koloniën. Met het Suez-kanaal kwam daar grootdeels een eind aan. Nou was het lekkere klimaat toch nog wel aantrekkelijk voor mensen, die een hekel hebben aan grijze luchten, natte zomers en akelige winters. Buitenlanders dus en dan vooral Engelsen, die ontdekten het eiland weer. Dat werden de eerste toeristen en zakenlieden. Ze stichtten het eerste hotel, exporteerden Madeira wijn naar het verenigd Koninkrijk en er was een barmhartige Engelse dame, die ervan hield om te borduren en een handwerkschooltje oprichtte om vrouwen wat meer te doen geven als ze thuis kwamen van het rooien van de aardappels. Dat borduren groeide uit tot een industrie dat wereld bekend werd. Iers linnen en Engels draad en Madeireinse vrouwen kwamen op deze wijze bij-elkaar, waarbij de tussenhandelaars de centen opstraken.Van Wein, Weib und Gesang en borduren alleen word je niet rijk. Agrarische produkten hadden geen of minder afzet, gondstoffen zijn er niet ; er moest snel iets gedaan worden.

Exporteer mensen! Eerst naar de Portugese koloniën: na W.O.2 naar West Europa, Zuid-Afrika, Venezuela en Brazilië. En die vrouwen bleven maar doorborduren. De mannen stuurden wat geld of verdwenen voor goed óf, als het ze lukte sukses te hebben, kwamen met spaarcenten terug.

En zo bleven ze doorsukkelen.