De/Het tweestrijd

Naar aanleiding van een artikel bij CasaSpider … kwam bij mij een eeuwenoude vraag naar boven:
Wanneer gebruik je nou de lidwoord ‘de’ en wanneer ‘het’? Maar dan graag een eenvoudig en logische uitleg, svp.

Het bekendste uitleg is wel deze:

‘Het’ wordt gebruikt bij onzijdige zelfstandige naamwoorden; ‘de’ in combinatie met vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden.

OK … dat kan ik dus volgen. Dus voor man is het ‘de man’, voor vrouw is het ‘de vrouw’, … (het gaat goed) … voor jongen is het ‘de jongen’ en …. voor meisje is het ‘de meisje’ ……….. aaahhhhh!!! NIET dus! HET meisje!

What the f*ck is dan nu een onzijdig zelfstandige naamwoord??

De beste uitleg over gebruik van ‘de en het’ vond ik op een website in de VS:

‘De’ is used before masculine and feminine nouns and ‘het’ before neuter nouns. We usually talk about de- words and het- words. There is no way to tell from a given word whether it is one or the other. It is advisable therefore to have a Dutch dictionary at hand in order to determine the noun of the word.

Doe eens de volgende test. Ik ga nu een paar woorden met ‘de’ en ‘het’ opnoemen, de vraag aan u is … welke is correct en welk niet:

1. de blok – het blok
2. de doek – het doek
3. de gift – het gift
4. de golf – het golf
5. de jacht – het jacht
6. de koper – het koper
7. de lichtgewicht – het lichtgewicht
8. de mens – het mens
9. de Portugees – het Portugees
10. de punt – het punt
11. de zesde – het zesde
12. de bos – het bos
13. de aas – het aas
14. de fret – het fret
15. de voetbal – het voetbal
16. de stof – het stof
17. de aal – het aal
18. de vat – het vat
19. de toeval – het toeval
20. de fortuin – het fortuin
21. de slag – het slag


Sponsors – Uw logo/link hier toevoegen? Mail me


14 thoughts on “De/Het tweestrijd”

  1. Regel 2: Verkleinwoorden zijn altijd onzijdig: het meisje, het mannetje, het huisje, het hondje.

    Regel 3: Meervouden krijgen altijd ‘de’: de meisjes, de mannen, de huizen.

    het blok, de doek, de gift, de golf, het/de jacht, de koper, de lichtgewicht, de/het mens, de/het Portugees, de/het punt, de zesde, het bos, de/het aas, de fret, de/het voetbal, de/het stof, de aal, het vat, de/het toeval, het fortuin, de slag

    En dan heb je nog woorden als deksel die in het ene gedeelte van Nederland het zijn en in andere de.

    Twee tips: 1. Je kunt turven in hoeveel procent van de gevallen je het goed hebt (Willisha houdt de score bij). Als je beneden de 40% scoort zeg je gewoon wat je denkt dat het NIET is… 😉
    2. Je kunt ook voortaan altijd verkleinwoordjes gebruiken. Of meervouden.

    Succes!

  2. Oh eitje: Het blok, het doek, de gift, de golf, het jacht, de koper, de lichtgewicht, de mens, de portugees, het punt, de zesde (sinaasappel) of het zesde (deel), het bos, het aas, de fret, de voetbal, de stof (in het geval van een lap stof) of het stof (als het stoffig is), de aal, het vat, het toeval, het fortuin en de slag.

    Wat heb ik nou gewonnen? 🙂

  3. @CasaSpider en Jan: ik hou de score bij, maar verklap hem nog niet. Anders is er niets meer aan voor de rest die nog gaat meedoen.
    Jan, je hebt in ieder geval de gratis luchtbedvulling én de mooie zonsopgang gewonnen :mrgreen:

  4. Hahaha :mrgreen: de uitslag zal binnenkort worden gepubliceerd. Ik wacht nog even dat er meer hier aan mee doen. Ik ben echt benieuwd hoeveel het goed zullen hebben.

    Helaas Casa en Jan … jullie hebben een paar foutjes alsnog :mrgreen:

  5. Ik waag het er op,
    Het blok, de gift, de golf, het/de jacht,
    de koper, het koper (metaal), de/het lichtgewicht, de het mens, de portugees, de/het punt, de /het zesde, het bos, het aas, de/het stof, de aal, het vat, het toeval, het fortuin, de slag.
    Ik ben benieuwd.

  6. Hallo beste mensen,

    Ik ben Maria uit Nederland. Via Google op zoek naar info. over Portugal kwam ik op deze en vervolgens Willisha’s weblog terecht. Ik heb met veel plezier jullie avonturen gelezen … complimenten!!! En heel veel geluk met jullie huwelijk en verdere avonturen.

    Ook hier komt de discussie ‘de of het’ met enig regelmaat terug. Voor ik me durf te wagen aan jullie lijst ben ik toch maar eens eerst gaan kijken of ik kan vinden hoe het nou toch precies zit. Zo kwam ik een stukje geschiedenis tegen:

    ” Woordgeslacht

    De onderscheiding in drie woordgeslachten berust op de leer van Aristoteles; ook de benaming ‘mannelijk’, vrouwelijk’ en ‘onzijdig’ gaan op hem terug.

    Bij de vaststelling van de geslachten werd onder andere nagegaan of het woord een zaak of een persoon aanduidde: de oorsprong van het geslacht werd in de betekenis gezocht.
    Ook kende men aan namen van sommige wezens en voorwerpen het mannelijk of vrouwelijk geslacht toe naargelang ze enige overeenkomst schenen te hebben met wat in de natuur het mannelijk of vrouwelijk geslacht kenmerkte. Bijvoorbeeld: “Mannelijk zijn desgelijks de namen der hooge en forsche boomen, vrouwelijk die der fijnere en kleinere heesters en kruiden.”
    Later werd ook de vorm van het woord een beginsel van geslachtstoekenning. Zo kregen werkwoordsstammen zonder achtervoegsel (beet, gang, worp) wegens hun ‘oorspronkelijkheid’ en ‘energie’ het mannelijk geslacht …

    In de meeste talen, zo ook in het Nederlands, is het woordgeslacht meegekomen met het woord toen het werd overgenomen uit een andere taal.
    Daarom is het Franse woord soleil even mannelijk als het Latijnse sol en het Franse woord lune vrouwelijk, net als zijn Latijnse voorganger luna. ”

    Tja … wel interessant, maar kan ik hiermee de lijst foutloos maken?
    – Blok: Zaak of persoon, nee. Overeenkomst natuur, tja. Vorm van het woord, uhh. Is het woord overgenomen, le blok (bloc) – la blok(bloc) ???
    – Doek: Zaak of persoon, nee. Overeenkomst natuur, geen. Vorm van het woord, humm. Overgenomen, la doek (toile), le doek (rideau) ??? Wat is het trouwens in het Portugees?

    Met deze toch wel wat discriminerende uitleg kom ik er niet uit. Nog maar wat verder zoeken dan.

    P.s. In mijn zoektocht kwam ik anderen tegen (ook op zoek, het heerst lijkt het wel) met o.a. de vraag naar ‘weblog’ de of het?

    Groet, Maria

  7. oeps ik had al gereageerd, toen pas gaan lezen
    Ik ben wel een heleboel wijzer geworden.
    Woordgeslacht, wat een mooi woord he?
    Daar staat, het onderscheid tussen de-woorden en het-woorden is duidelijk zichtbaar aan de lidwoorden, dan denk je dat je er bent maar nee hoor er is nog veel meer te lezen over De-woorden en Het-woorden bedankt Don ik wist niet dat ik me nog zou verdiepen in mijn moedertaal.
    Je bent nooit te oud om te leren.

    groet Tineke

  8. @Maria: Dank je wel voor je uitgebreide uitleg … en dat terwijl je op zoek was naar onformatie over Portugal 🙂

    @Tineke: Je bent nooit te oud … en dat geldt ook voor alles.

  9. Don Amaro,

    Interessante vraag (en website). Ad antwoord, ben ik als buitenlander in Nederland kansloos. Maag ik een vraag stellen: wat waren de vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden in de geschiedenis, d.w.z. vóór “de”?

    Alan

  10. @Don Amaro,

    Salud. Ik krijg wel reactie maar geen antwoord van de taal unie. Mijn emailtje terug aan hen:

    QUOTE
    Geachte heer of mevrouw,

    Thank you for writing in response to my question. I see that I did not make my request sufficiently clear.

    ———-
    QUOTE
    VRAAG
    Maag ik een vraag stellen: wat waren de vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden in de geschiedenis, d.w.z. vóór ?de??

    ANTWOORD
    Helaas is het ondoenlijk om een lijst te geven met het historische geslacht van de-woorden. Aangezien elk zelfstandig naamwoord een geslacht heeft, is zo’n lijst in theorie oneindig lang.
    UNQUOTE
    —————————

    No, I was not, and am not, asking for a List of words giving their historic gender.

    My question is much simpler to answer if there is an answer. Noticing that whilst in Dutch there are Three genders (masculine, feminine and neuter) but only Two definite articles, I wonder were there once in the history of the language not two but three definite articles:

    (1) “het” for neuter nouns, AND

    not “de” but

    (2) a separate definite article for masculine nouns (like the Spanish “el” and the French “le”) AND

    (3) a different definite article (like “la” in French and Spanish) for feminine nouns.

    If such pedantry does not bore you silly, perhaps you will do me the favour of telling me the answer or pointing me towards a likely source.

    Best regards,
    UNQUOTE

  11. Interesting question. Did you ever get an answer? I am not a scholar, but was always curious about our language. My parents have been raised in a Brabant dialect. In the Flemish and Brabant dialects there are definitely more differences between masculine and feminine words then in standard Dutch. I tend to decline my articles (den for masculine and de for feminine). This could indicate that there have been different articles in the past. It is possible that we lost these words before the language called Dutch was established.

Leave a Reply